Meer over de beroepenstructuur Zorg en Welzijn

Eerste beroepenstructuur zorg en welzijn 1992

In 1992 heeft het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) in opdracht van het Platform Kwalificatiebeleid Zorg en Welzijn de eerste beroepenstructuur voor Zorg en Welzijn  gepubliceerd met daarbij drie beroependomeinprofielen  het licht zagen, die van Sociaal-Cultureel Werk, Maatschappelijke Dienstverlening en Sociaal Pedagogisch Werk. De Profielen voor de Verplegende en de Verzorgende worden in dezelfde periode uitgegeven door Actiz . De beroependomeinprofielen hebben zowel voor het hoger beroepsonderwijs als voor het middelbaar beroepsonderwijs een belangrijke input gegeven voor hun opleidingsprofielen, respectievelijk kwalificatiedossiers.

Beroepsopleidingen

Onder leiding van het Sectoraal Adviescollege HSAO van de Vereniging van Hogescholen Nederland (eerder hbo-raad) is het document Vele Takken, Eén Stam  ontwikkeld als grondslag voor de sociaal agogische beroepsopleidingen. Per sociaal-agogische beroepsopleiding zijn eigen opleidingsprofielen  vastgesteld.

  • Maatschappelijk Werk & Dienstverlening, Sociaal-pedagogische Hulpverlening, Culturele en Maatschappelijke Vorming (Bachelor of Social Work);
  • Pedagogiek
  • Creatieve Therapie (Bachelor of Arts Therapies);
  • Godsdienstpastoraal werk (Bachelor of Theology)
     

Inmiddels wordt op vijf hogescholen de Master of Social Work and Innovation aangeboden.

In het middelbaar beroepsonderwijs zijn de beroepscompetentieprofielen vertaald in kwalificatiedossiers voor de volgende opleidingen:

  • Sociaal Maatschappelijke Dienstverlening
  • Helpende Welzijn
  • Maatschappelijke Zorg
  • Sociaal-cultureel Werk
  • Pedagogisch Werker Kinderopvang
  • Agogisch medewerker GGZ

     

Zie voor verdere informatie de website van Calibris.

Geschiedenis professionalisering sociale beroepen

De professionalisering van de welzijnsberoepen in Nederland verliep lange tijd voornamelijk via het hoger en middelbaar beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs in Nederland richt zich ook op de sociale beroepen, waarbij het hoger beroepsonderwijs opleidt tot het bachelor niveau. Eenmaal aangekomen in het werkveld was er voor beroepskrachten nauwelijks meer tijd voor bij- en nascholing of voor vernieuwing van de beroepsuitoefening.

Na de publicatie van Mondige burgers, getemde professionals van Evelien Tonkens in 2003 begon langzaam het besef door te dringen dat de beroepskrachten in het welzijnswerk behoorlijk in een spagaat kwamen te zitten tussen de eisen van efficiëntie van de overheid en de aandacht die burgers van hen vragen. Kort daarop verscheen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport Bewijzen van goede dienstverlening. De raad bepleit in dit rapport dat de overheid meer vertrouwen moet hebben in de initiatieven van professionals en bestuurders van de instellingen in de gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting, welzijn en arbeidsvoorziening. “De nadruk ligt nu teveel op het controleren en afrekenen. Dat leidt tot verspilling, middelmatige prestaties en een verstikkende stapeling van toezicht en verantwoording. Bovendien leidt het af van waar het echt om zou moeten gaan: betrokken zorg en goede dienstverlening aan de burgers, cliënten en patiënten.”

Ook werd uit diverse publicaties van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn meer en meer duidelijk dat de welzijnssector op het gebied van kwaliteitsverbetering tot nu toe vooral had geïnvesteerd in schaalvergroting, bedrijfsvoering en productfinanciering, maar weinig in de ontwikkeling van de beroepskrachten zelf.

Met de invoering van de Wmo in 2007 is de aandacht voor professionalisering sterk toegenomen. Beleid en uitvoering moesten kantelen om meer recht te doen aan zelfregie en eigen kracht van de burger. Voor veel beroepskrachten betekent dit een nieuwe manier van werken, waarop zij in leertrajecten worden getraind. Ook voor de beroepsopleidingen betekent deze kanteling een belangrijke verandering. Met de komst van nieuwe decentralisaties in 2015 naar de gemeenten van jeugdzorg, arbeidsparticipatie en delen van de AWBZ zet deze ontwikkeling zich versterkt door. Generalistisch werkende professionals moeten in integrale teams in de frontlinie (wijk, buurt of dorp) eenvoudig toegang bieden tot directe ondersteuning voor vragen op allerlei levensdomeinen en pas bij meer complexe vragen de meer gespecialiseerde beroepskrachten inzetten. Aangezien de kanteling zowel in de gezondheidszorg, maatschappelijke zorg en in de maatschappelijke ondersteuning een belangrijke verandering van de beroepsuitoefening beoogt, heeft het ministerie van VWS de Commissie Innovatie Zorgberoepen en opleidingen   ingesteld met de opdracht om tot een aanzienlijke vereenvoudiging te komen van de beroepenstructuur in deze sectoren.

Verder lezen

Hens, H. Proeve van een beroepenstructuur voor zorg en welzijn. Naar een ordening van beroepen en functies. NIZW 1992

Beroependomeinprofielen:

  • Sociaal-cultureel werk, beroependomeinprofiel. Harry Hens en Marion Geomini, Stuurgroep Beroepenstructuur Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Utrecht 1996
  • Maatschappelijke Dienstverlening, Beroependomeinprofiel. Harry Hens en Marion Geomini, Stuurgroep Beroepenstructuur Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Utrecht 1996
  • Sociaal Pedagogisch Werk, Beroependomeinprofiel. Harry Hens en Marion Geomini, Stuurgroep Beroepenstructuur Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Utrecht 1996
     

http://www.movisie.nl/search/content/competentieprofielen

http://www.vereniginghogescholen.nl/zoekresultaten?q=vele+takken+een+stam

http://www.vereniginghogescholen.nl

https://zorgpact.nl/